Search
Close this search box.
architectuur & stedenbouw 1965-1990

Stadhuis, Almere

Architect: Cees Dam, 1986, 2004

Een kroonluchter bij binnenkomst, statige trappen met rode loper, gouden mozaïek en marmer aan de gevel. Het stadhuis van Almere. De architect Cees Dam schijnt gezegd te hebben dat hij het mooi vindt als een gebouw ‘op de rand van chi-chi is’. Naar aanleiding van een symposium aan de TU Delft met als thema ‘Hoe modern is de Nederlandse architectuur?’, verscheen in 1990 een boek en reader waarin architecten en architectuurcritici hun verhaal doen, waaronder ook Cees Dam. Hij hekelt hierin de Nederlandse traditie van efficiëntie en economie-denken. Hij noemt de Nederlandse architectuur zuinig, helder en gezond. De verbeelding, uitdrukkingsvorm en uiterlijke verschijning komen op de laatste plaats en liggen hoogstens bij toeval besloten in de vervulling van de praktische eisen. Maar Cees Dam wil niet alleen aan regelgeving en programma’s voldoen. Hij ontwerpt ruimtes vanuit textuur, materiaal, maat, kleur en betekenis en hij wil atmosferen creëren. Daarvoor gebruikt hij naar eigen zeggen een filmische benadering, zoals in filmdecors en de opeenvolging daarvan. Hij maakt een collage aan beelden die voortdurend veranderen door de bewegingen van gebruikers en toeschouwers.

Die filmische ervaring heeft hij waargemaakt in het stadhuis van Almere. De entreehal is rond en ruim en biedt een blik op de structuur van het gebouw. Vanuit daar ga je naar een van de drie poten van het gebouw. De middelste poot is voor het personeel, de buitenste poten die ook aan de straat grenzen bevatten publiek functies. Langs die poten loopt een binnenstraat met bestrating van zwarte flagstones en een mooi gedetailleerde overkapping van staal en glas. Deze straten zijn licht, en bieden toegang tot verschillende functies op de begane grond, ze doorkruisen het hele gebouw en vormen ook ingangen aan de achterkant van het gebouw. Die puntige entrees, gepositioneerd naast betonnen cilinder en colonnade doen denken aan de schetsen van de Italiaanse architect Aldo Rossi. Vanuit de hoofdentree (met nieuw interieur van Fokkema & Partners) kan je ook links of rechts een statige trap bestijgen. Het halfronde bordes, het rode noppenzeil, de fonkelende verlichting en het glazen dak maken dit tot een belevenis. Helaas zijn in de jaren ’90 toegangspoorten geplaatst, om indringers buiten te houden en de ambtenaren te beveiligen.
Nadat in 1986 de eerste fase werd opgeleverd met entree en buitenste poten, werd in 2004 het stadhuis afgemaakt. De middelste poot met kantoren en restaurant werd gebouwd en aan de achterzijde van het terrein werd een gebouw toegevoegd. In dit halfronde gebouw moesten de publieksfuncties gezelliger worden dan in fase 1, het moest de ‘lelijke’ achterkant verhullen en het parkeerterrein afsluiten. Van buiten is het gebouw gemaakt van beton en blauw spiegelende glasgevels. Binnen is de trouwzaal rood, roze en goud: heel fotogeniek blijkens allerlei trouwfoto’s op internet. Verder zijn er nog een zwierige grijze wenteltrap, open kantoortuinen met eigen kleur, een trap in een rond rozen torentje met glazen puntdak en spiegelwanden rondom de liften.
Maar dan komen we bij de achterkant van de filmset. Een grote parkeerplaats, achtergevels met heel veel kunststof kozijnen, rijen met pv-panelen, plaatmateriaal en een grote betonnen garage. Tsja, dat is chique in de jaren ’80 in Nederland: specials van goud, spiegels en lichtjes gecombineerd met repetitie van kunststof kozijnen, kaal beton en noppenzeil.

En dan nog de kwestie van de handtekening. Grote cirkelvormige gaten en vensters komen veel voor in de eighties, maar Cees Dam geeft er een eigen draai aan. Door twee cirkels te combineren wordt het zijn monogram (CD). Bart Lootsma schrijft hierover in de eerder genoemde reader: “(…) het handschrift, en dan vooral in de meest uiteengesproken vorm daarvan, de handtekening, krijgt een waarde op zich – een snob-appeal”. Onder architecten is het een beetje not done, maar de medewerkers van het gemeentehuis die mij rondleidden en andere Almeerders die ik sprak vinden het juist leuk. Chi-Chi of snobistisch? Het past wel bij een stadhuis, waar belangrijke en ceremoniële gebeurtenissen plaatsvinden zoals het ophalen van een (eerste Nederlands) paspoort of het sluiten van een huwelijk. Lootsma besluit dan ook: “De verstaanbaarheid voor een groot publiek van potentiële opdrachtgevers lijkt ook een van de grootste troeven die Dam met zijn architectuur in handen heeft.”

 


Auteur:
Lidwine Spoormans

Fotografie:
Lidwine Spoormans

Eerder gepubliceerd op:
Love 80’s Architecture

Delen:

Meer Gids items: